De werkelijke macht: 10% steelt van 80%

Irma Scheffers ontmoette onlangs Ronald Bernard van ‘De Blije B’[1]; de lezers van haar website[2] hebben eerder over hem kunnen lezen en van hem kunnen horen[3]. Ronald vertelde heel openhartig hoe hij compleet is vastgelopen omdat zijn geweten na een zeer schokkende ontwikkeling plotseling naar boven kwam drijven.  Ik vind het heel moedig van hem om zijn verhaal aan haar te vertellen en ook nog in het oog van de camera en ik hoop oprecht dat velen hem zullen volgen op weg naar een betere wereld waarin het begrip ‘fake news’ niet méér zal zijn dan een vage herinnering.

In deel 2 legt Ronald Bernard uit hoe de Piramide van de Macht in elkaar zit en hoe deze ons dagelijks leven beïnvloedt. Ronald laat zien hoe het komt dat rijk alleen maar rijker en machtiger wordt. En waarom de massa vaak vanuit een tekort leeft.

 

Noten:

en doe ook meteen even de rest van de website van Irma:

De Wereld als Slavenkolonie

De wereld is een slavenkolonie. Die slavenkolonie wordt gerund en beheerd door één misdaadsyndicaat. De populatie van de kolonie bestaat uit twee soorten mensen: de eigenaren, en de slaven.

Het geloof dat een bepaalde groep mensen het recht heeft om te heersen over anderen zorgt voor tirannie en slavernij. Een heersende klasse kan haar positie alleen maar in stand houden door continu geweld te initiëren tegenover de overheerste klasse. Helaas begrijpen de gemiddelde burgers hier niets van en geloven ze dat de heersende klasse er is om ze te beschermen waardoor ze gedwee meewerken aan de instandhouding van hun eigen slavernij.

Uiteraard vereist het runnen van zo’n misdaadsyndicaat een organisatiestructuur. In de huidige situatie is het syndicaat daarom onderverdeeld in een aantal afdelingen, elk met een eigen functie.

– Het strategisch topmanagement

Hier bevindt zich de top van het syndicaat. Het zijn de eigenaren ervan. Hier worden de strategieën ontwikkeld die de macht en rijkdom van deze top moeten vergroten. Daarnaast wordt hier bepaald hoe de andere afdelingen moeten functioneren. Die andere afdelingen werken als instrumenten ten bate van de macht en rijkdom van deze top. De leden komen met enige regelmaat bij elkaar in “denktanks” zoals de Bilderberggroep. Alleen binnen dit strategisch topmanagement is de volledige agenda van het syndicaat bekend.

Deze afbeelding van een vorige Bilderbergbijeenkomst laat mooi zien hoe de leden die uitgenodigd worden voor Bilderberg zelf weer verder in contact staan met de lagere lagen van het management. Klik op het plaatje voor vergroting.

– Het uitvoerend management

Dat zijn de regeringen van de wereld. Zij zijn de uitvoerende organen van het syndicaat. Deze afdeling vaardigt (op bevel van het topmanagement) de regels (wetten) uit waaraan de slaven zich moeten houden, voert de dagelijkse controle, bestuurt het geweld dat op de slaven losgelaten wordt (leger, politie) en int de belastingen die indirect bijdragen aan het verdienmodel van het syndicaat. Het is het dagelijks management en het dient als incassobende, slavendrijver en bestraffer. Deze afdeling vormt voor de top een potentieel risico omdat ze beschikt over wapens. Dit risico wordt onschadelijk gemaakt door deze afdeling volledig financieel afhankelijk te maken van het topmanagement door middel van onaflosbare schulden.

De locatie van het dagelijkse management voor de slavenplantage met de naam Nederland. Er wordt momenteel hard gewerkt om deze laag overbodig te maken en een aantal van deze landelijke besturen te verenigen in Brussel.

– Het commercieel management

Dat is het monetair/kapitalistische systeem. Dit is het uiteindelijke verdienmodel van het syndicaat. Hier wordt zoveel mogelijk waarde die de slaven met hun arbeid leveren, geconfisqueerd door het syndicaat. Deze afdeling gebruikt daarbij banken en rechtspersonen (NV’s, BV’s etc.) waarvan het topmanagement eigenaar is. Hier wordt zowel vrijwel alle arbeid geleverd door de slaven (werknemerschap) als vrijwel alle opbrengst daarvan afgenomen van de slaven. Het instrument dat hiervoor wordt ingezet is het geld/schuldsysteem.

Banken scheppen geld als schuld uit het niets met een druk op de knop op de computer en brave burgers betalen vervolgens 30 jaar die schuld terug met een flinke rente om in een huis te kunnen wonen. Schuldslavernij is een prima werkbaar management systeem, ook voor de Nederlandse burger.

– Het PR management

Deze afdeling houdt zich bezig met perceptiemanagement. Het doel is te voorkomen dat de slaven beseffen dat het syndicaat bestaat en wat de werkelijke aard ervan is. Het middel dat hiervoor gebruikt wordt, is liegen. Het doel van liegen is de slaven te laten geloven dat de afdelingen van het syndicaat (en het syndicaat zelf) niet de bedoeling hebben om op de slaven te parasiteren, maar ze te beschermen. Deze afdeling kennen we onder de noemer: media.

‘Mainstream’ media is de mind control van het misdaadsyndicaat over o.a. het Nederlandse volk. Je zet de slaven onderling tegen elkaar op door bijv. drie jaar lang te zeuren over zwarte piet of zoals op dit moment over vluchtelingen. Dit terwijl meer dan een miljoen huishoudens een hypotheek hebben die onder water staat en waar ze vele jaren van hun tijd en energie aan kwijt zijn om deze uit het niets geschapen schuld door een bank af te betalen met rente.

De bovenstaande afdelingen moeten natuurlijk bemand worden. Het syndicaat verleent hiervoor privileges aan een aantal slaven. Die privileges variëren van een bescheiden inkomen als ambtenaar, tot een topinkomen in de bancaire sector, of van lokaal bestuurder tot enige bescheiden macht als landelijk politicus etc.

In ruil voor die privileges, nemen deze slaven een afgebakende taak op zich. Veruit de meeste van deze slaven zijn zich er niet van bewust dat ze deel uitmaken van het misdaadsyndicaat. Ze overzien alleen hun eigen taak en geloven een eerzaam beroep te hebben.

De topslaven zijn zich daar vaak meer bewust van, maar hun beloning is dusdanig groot dat het belang van positiebehoud groter is dan de roep van het geweten. Slaven met een gezond ontwikkeld geweten, komen voor deze posities niet in aanmerking.

Wereldwijd is er een misdaad syndicaat actief dat continu de vrije wil en vrijheid van andere mensen onderdrukt en vernietigt. Mensen die dit doen worden ook wel psychopaten genoemd.

Deze organisatie van het misdaadsyndicaat functioneert op zich prima, maar kent een aantal kwetsbaarheden. Ten eerste werken er bij de verschillende afdelingen betrekkelijk veel mensen. Die moeten allemaal bestuurd (en betaald) worden en dat is niet erg efficiënt. Ten tweede kan het syndicaat alleen voortbestaan zolang de slaven niet beseffen dat het om een misdaadsyndicaat gaat. Dat maakt het hele systeem kwetsbaar voor plotselinge bewustzijnsgroei onder de slaven.

Om die reden, wil het strategisch topmanagement (tevens de eigenaren van het syndicaat) het met minder submanagement gaan doen. Daarnaast wil het minder afhankelijk worden van het geloof van de slaven. Het moet eenvoudiger, efficiënter en (voor de eigenaren) veiliger.

Schep zelf een probleem, wacht op een reactie van mensen en manipuleer deze reactie via de mainstream media. Bied vervolgens je oplossing aan om maatregelen door te voeren die mensen voor het probleem nooit geaccepteerd zouden hebben.

Om deze redenen, moet de organisatiestructuur op de schop. Het nadeel daarvan is dat de slaven gehecht zijn aan deze structuren, en daarom een eenzijdige verandering niet zomaar zullen accepteren. De oplossing hiervoor is het opzettelijk creëren van problemen (crisis) en het hiermee scheppen van een situatie van “overmacht”. En die overmacht moet vervolgens maatregelen rechtvaardigen die zonder die overmacht niet aanvaard zouden worden.

Maatregelen zoals directe individuele elektronische controle over het gedrag van alle slaven en een nieuw elektronisch verdienmodel (100% centraal gecontroleerd, digitaal geld) dat tevens het geweld van het uitvoerend management grotendeels overbodig maakt. De slaven kunnen dan immers bij ieder ongewenst gedrag, individueel en volautomatisch uitgesloten worden van de toegang tot voedsel en andere zaken die een levensvoorwaarde zijn voor die slaven. Zonder te kunnen teruggrijpen op anonieme contante betaling. Niet gehoorzamen betekent dan niet eten.

Daarnaast is het uitvoerend management (regeringen) nu erg versnipperd en dus is het besturen ervan omslachtig. Dit moet dus worden samengevoegd tot één afdeling (één wereldregering, met één wetgeving, één leger etc.)

Op dit moment is er dus een reorganisatie gaande binnen het misdaadsyndicaat. Dit om te voorkomen dat het “wakker worden” van de slaven het einde van het syndicaat zal betekenen.

De gemiddelde burger is zo gehersenspoeld via het onderwijssysteem en vervolgens via de ‘mainstream’ media dat ze niet eens begrijpen dat ze in slavernij leven. Doordat ze dit niet snappen en braaf de orders die ze uitgedeeld krijgen uitvoeren, scheppen gewone mensen zo de slavernij voor henzelf en die van hun buren. Zodra mensen wakker worden en ophouden hun gehoorzaamheid te verlenen aan dit systeem wordt het een stuk moeilijker voor dit globale misdaadsyndicaat om hun positie te handhaven.

Dit brengt echter wel een risico met zich mee: door alle veranderingen, zouden de slaven versneld tot ongewenste inzichten kunnen komen. Bijvoorbeeld het inzicht dat ze slaven zijn. Gerund door een misdaadsyndicaat. En dat ze zich – vóór de voltooiing van de reorganisatie – daarvan bevrijden. Ze zijn immers in een overgrote meerderheid en alleen hun geloof houdt ze gevangen….

Spannende tijden dus.

Geschreven door Pieter Stuurman http://pieterstuurman.blogspot.nl/2015/07/de-wereld-als-slavenkolonie.html

Hieronder de opgepimpte versie van achter de samenleving:

Is planeet aarde een slavenkolonie?

Het Onvoorwaardelijk Basisinkomen – een verraad aan de werkende klasse?

arbeidersklasseHet onvoorwaardelijk basisinkomen (OBi) zou werk zijn betekenis ontnemen, wordt wel eens gezegd. Sommigen zeggen zelfs dat het een onherstelbaar verraad aan de aspiraties van de werkenden is. Een reactie van Enno Schmidt.

De werkenden – dat zijn toch alle mensen. Er is echter ook een idee van een werkende klasse die zich heeft afgezonderd. Die maakt zich druk om haar machteloosheid. Die heeft zich strijdlustig ingegraven. Ze heeft dat wat haar toebehoort, niet in bezit genomen. Werk. Ze heeft niet gezegd: de arbeid die ik verricht, dat is mijn werk. Omdat het mij interesseert. Omdat het mijn leven, mijn tijd, een zinnige invulling geeft. Ze heeft het recht op werk, dat ieder mens heeft, uit handen gegeven. Anderen moeten jullie nu werk geven.

Wanneer er gesproken wordt over ‘recht op werk’, dan wordt daar eigenlijk altijd inkomenszekerheid mee bedoeld. Het gaat niet om werk. Er is geen besef van werk onder de werkende klasse. Er is een systeem van afhankelijkheid in het leven geroepen, die zonder veel fantasie bestreden wordt, die deze afhankelijkheid tot gevolg heeft. Terwijl het de zogenaamde werkende klasse – die op die manier niet meer bestaat – niet om het werk te doen is, maar om een inkomen. En ze heeft deze twee verwisseld. Daarmee heeft zij zichzelf machteloos gemaakt. Iedereen heeft recht op werk. Dat is hetzelfde als het recht op leven. Wat is werk anders dan leven? Het is een relevant, actief, uitdagend, deel van mijn leven. Dit recht op werk wordt door de gemeenschap erkend door middel van een inkomen.

Mijn recht om te werken wordt mij door de samenleving gegeven in de vorm van geld waar ik van kan leven, in de vorm van een inkomen. Maar mijn werk, dat ben ik. Mijn werk is niet mijn inkomen. Het inkomen stemt in met mijn bezigheid. Maar het schrijft haar niets voor, het stelt haar in staat. Mijn leven behoort mij toe, net zoals mijn werk. Wat het voort brengt, dat is voor anderen. De ideologie van ‘de werkenden’ negeert de vrije mens en strijdt er voor dat mensen tegen goede voorwaarden gekocht worden. Dat werk gekocht wordt, dat mensen gekocht worden, dat ik mijzelf moet verkopen om te overleven, daar hebben deze ‘hard werkenden’ niets tegen. Ze bedelen en knokken om tegen enigszins gunstige voorwaarden gekocht te worden. Zo mogelijk moet iedereen gekocht worden. Het recht om gekocht te worden, dat bestaat niet. Daarom lukt het op deze manier, met deze claim, ‘recht op werk’, natuurlijk niet. Waar het met geweld geprobeerd wordt, leidt het tot asociaal misbruik en onzinnige verspilling van tijd.

Het onvoorwaardelijk basisinkomen geeft het werk haar betekenis terug. De ideologie van ‘de harde werkers’ heeft die van jullie afgepakt. In het gedachtegoed van deze kaste is werk synoniem met slavernij. Met amper leefbare voorwaarden en vrije tijd. Vandaar de naam ‘vrije tijd’. Omdat het werk onvrij is. Omdat werken betekent, dat je moet doen wat iemand je opdraagt. En daarop wil je ook nog eens recht hebben? En dan geen verantwoordelijkheid nemen: voor de overgave, voor de verkoop, voor het schelden op de koper. Om in de vrije tijd daarmee in het reine komen? Er is nauwelijks een grotere miskenning van werk dan de eis van volledige werkgelegenheid. In plaats van werken toe te staan. In plaats van mensen dingen te laten doen, hen werk te gunnen.

Het onvoorwaardelijk basisinkomen is slechts een basisinkomen. Door het leggen van een financieel vangnet schept het ruimte in de samenleving voor de vrije mens. Daar wordt allang naar uitgezien, maar de tijd is nu daar. Het extra inkomen dat nodig is in geval van een speciale behoefte, bijvoorbeeld bij een handicap, blijft gewoon bestaan. Dat de beloning van werk waardering weerspiegelt, nuance aanbrengt en status geeft, dat blijft zo met het onvoorwaardelijk basisinkomen. Dus ook dat een vergoeding een stimulans kan betekenen en werk volgens marktwetten betaald wordt, zoals nu. Het onvoorwaardelijk basisinkomen is geen oproep om niet te werken. Het wijst alleen de controle en beknotting van anderen af. Het is een ontkoppeling van werk en inkomen en biedt meerwaarde aan het alledaagse levensonderhoud en tegenwicht aan de totalitaire rariteit van de ideologie van betaalde arbeid. Er is meer in de wereld dan dat waarvoor betaald wordt.

Nadenken over het basisinkomen bijvoorbeeld, dat wordt nog niet betaald.

Op 19 augustus 2015 door Enno Schmidt gepubliceerd als Bedingungsloses Grundeinkommen – ein Verrat an der Arbeiterklasse? op
http://www.grundeinkommen.ch/bedingungsloses-grundeinkommen-ein-verrat-an-der-arbeiterklasse/

Vertaling © Florie Barnhoorn

Hoe Henry George’s principes werden vernaggelt naar een Monopolyspel

Link

monopoly-game-cover-2011

Geschiedenis is gevuld met verrassende verhalen over hoe mensen en ideeën zijn verbonden. Eén zo’n verhaal is de oorsprong van het meest populaire bordspel in de moderne geschiedenis. Het is een Amerikaanse klassieker: elke nieuwe generatie van Monopoly spelers leert er van te houden en zich (onschuldig) over te geven aan haar, meedogenloze, hebzuchtig impulsen. Spelers beginnen het spel als gelijken. Geluk – en een beetje de strategie – maakt uiteindelijk dat een speler alle anderen te domineert. Die speler eindigt met het vergaren een enorme fortuin in contanten en vastgoed. De meeste Monopoly spelers weten niet (zijn niet geïnteresseerd in) dat dit spel was oorspronkelijk het product is een passie voor sociale en economische rechtvaardigheid.

magie-elizabeth-1890In de late jaren 1800, werd een jonge vrouw genaamd Elizabeth Magie door haar vader ingevoerd in de geschriften van Henry George. Ze werd uiteindelijk een van de vele mensen die de taak op zich namen anderen te leren van wat zijn hadden geleerd door het bestuderen van  Vooruitgang en Armoede (Progress and Poverty) en andere werken George’s.
Samenwerkend met vrienden in haar woongemeenschap in Brentwood, Maryland, creeerde Elizabeth Magie The Landlord’s Game. Ze vroeg daarvoor octrooi aan, dat werd verleend op 5 januari 1904 (No. 748.626). Ze legde uit dat het een spel was voor de “praktische demonstratie van het huidige systeem van het land-grabbing met alle gebruikelijke uitkomsten en gevolgen.”

landlords-game-board-1904De nog jonge, alleenstaande vrouw, Elizabeth – of “Lizzie” zoals ze werd genoemd – werd een regelmatige bezoeker van de Single Tax enclave van Arden, Delaware. Dit was rond 1903. Of het nu in haar eentje was of samen met andere Single Taxers in Arden, werkte Lizzie verder aan het ontwerp van The Landlord’s Game als een manier om uit te leggen hoe het systeem van de politieke economie Henry George’s in het echt zou werken.

 

Arden’s bezienswaardigheden. Stephen’s Theater en de ambachtelijke winkel
voor een close-up van het speelbord gebruikt in Arden, klik hier.

De eerste commerciële versies van The Landlord’s Game

In 1906  verhuisde Elizabeth naar Chicago, Illinois, waar ze Albert Phillips ontmoette en in 1910 met hem trouwde, . Ik ben niet in staat geweest om te vinden dat Albert een volgeling van Henry George is geweest, maar blijkbaar vond hij de inspanningen van zijn vrouw sympathiek. Op een gegeven vestigde Elizabeth en een aantal andere aanhangers van Henry George in 1906 de Economisch Game Company in New York, die  The Landlord’s Game publiceerde.

Spoedig daarna  verhuisden Elizabeth en Albert naar Clarendon, Virginia, in de omgeving van Washington DC en kreeg Elizabeth uiteindelijk een patent op een nieuwe editie van The Landlord’s Game in 1924 (No. 1.509.312) onder haar getrouwde naam Elizabeth Magie Phillips. Deze nieuwe editie, gepubliceerd door de Washington, DC firma, Adgame Company, verscheen in 1932 en bevatte andere straatnamen en veranderingen in het uiterlijk van het speelbord. Belangrijker is dat de nieuwe editie een alternatieve set spelregels bevatte en  ook een tweede naam voor het spel, Welvaart. (Prosperity)

landlords-game-and-prosperity-board-1924landlords-game-and-prosperity-box-1924
 

Connecties met Academe

nearing-scott-1910Rond 1900 werd Scott Nearing ingevoerd in het spel door Lizzie Magie of een der andere bewoners van Arden. Hij was op dat moment een full-time inwoner van Arden. Nearing werd ​​lid van de economische afdeling van de Universiteit van Pennsylvania in 1906, waar hij The Landlord’s Game in zijn onderwijs ging gebruiken. Zijn steun aan de voorstellen van Henry George’s om publieke inkomsten verhogen uitsluitend via degenen die grond in eigendom hadden, en zijn verzet tegen kinderarbeid, zorgde dat hij door de universiteit in 1915 werd ontslagen.

Burton H. Wolfe, in “de monopolisering van Monopoly” (San Francisco Bay Guardian, 1976), zegt dat “Nearing  The Landlord’s Game met zijn broer Guy Nearing, gespeeld heeft die in de Henry George single-tax gemeenschap van Arden, Delaware woonde. ” Vervolgens:

Terwijl de studenten en enkele single-taxers het spel speelden, begon er een process van … verandering van de spelregels. De belangrijkste verandering is dat in plaats van bij de landing op een woning blok alleen maar de huur betaald moet worden, konden de spelers ook een veiling houden om het blok te veropen. Ze maakten ook hun eigen spelborden, zodat ze de eigendommen in het spel van Lizzie Maggie konden vervangen met die in hun eigen steden en landen; Dit maakte het spelen realistischer. Terwijl zij hun eigen spelborden maakten (meestal geschilderd op linnen of olieoek) veranderen ze de titel van “The Landlord’s Game” naar “Auction Monopoly” (veilingmonopoly) en later alleen “Monopoly”.

Burton Wolfe vertelt ons ook dat een jonge Rexford E. Tugwell één van de spelers was. Een van de eigen studenten van Tugwell’s, Priscilla Robertson – die lange tijd redacteur wasvan De Humanist – vertelde de volgende details over de vroege geschiedenis van het spel: “In die dagen kopieerde degene die ook een Monopoly wilden spelen, het spelbord op een stuk linnen doek tekende het in krijt. Het werd als een erezaak beschouwd om het niet te verkopen aan een commerciële fabrikant, omdat de groep van single-taxers stonden te popelen om het kapitalistische systeem te verslaan. ” (Ik ben verplicht om op te merken dat de single-taxers die principes van Henry George’s deelden een aanzienlijke verkeerde voorstelling zaken over de doelstellingen hadden. Het overwinnen van het monopolie in al zijn vormen (maar, in het bijzonder, het monopolie van de natuur), en niet het kapitalisme, was -.en is – de zaak die toen en vandaag aan de dat omarmd wordt.)

Andere schrijvers vertelden dat het spel werd gespeeld door studenten aan de Princeton University en Haverford College. Wijzigingen zijn aangebracht in het ontwerp van het speelbord en het groeperen van sommige eigendoomen, zodat gebouwen konden worden toegevoegd aan de locaties en het verhogen van het bedrag van de huur in dat rekening werd gebracht op basis van het aantal gelijke eigendommen.

In de late jaren 1920, werd door studenten en anderen een versie van het spel gespeeld dat nogal wat van Elizabeth’s ontwerp had ingeleverd.Het spel is thans algemeen bekend als “Monopoly.” Een jonge student aan de Universiteit van Williams (Reading, Pennsylvania) produceerde een commerciële versie onder de naam Financiën, maar het spel was in wezen Monopoly.Toen verhuisde een vrouw genaamd Ruth Hoskins die het spel geleerd in Indianapolis naar Atlantic City, New Jersey en vermoedelijk creëerde zij de versie met de Atlantic City straatnamen.

Daarna wordt de situatie nog ingewikkelder. Het spel werd geïntroduceerd door (Kolonel) Eugene  en Ruth Raiford, vrienden van Ruth Hoskins, Charles Todd, die in Germantown, Pennsylvania woonden. Daarna introduceerde Charles Todd het spel bij Charles en Esther Darrow. Eugene Raiford, Charles Todd en Esther Jones Darrow al volgden de Quaker Westtown School 1911-1914 of 1915. De daaropvolgende verband met Atlantic City kwam als gevolg van de nauwe betrokkenheid van de Westtown School School met de Atlantic City Friends ‘. Zoals Todd later herinnerde:. “De eerste mensen die we het geleerd hebben nadat we het zelf hadden gelerd waren Darrow en zijn vrouw Esther…. Het was helemaal nieuw voor hen …. Darrow vroeg me of ik de spelregels wilde opschrijven en dat deed ik… en gaf ze Darrow. ”

Entree Charles Darrow en Parker Brothers

monopoly-game-box-1936darrow-charles-1936Tijdens de afgelopen decennia, kwamen details boven over hoe het spel Monopoly in commerciele handen kwam – en de winst uit de verkoop werd gemonopoliseerd – deze zijn aan het licht gekomen als gevolg van omstandigheden die niet konden worden gecontroleerd door Parker Brothers.

Charles Darrow was de eerste die profiteerde van de evolutie en de populariteit van het spel. Hij verzekerd zich van een auteursrecht voor zijn verbeterde editie van het spel in 1933. De vertrouwde kartonnen bord, verpakt in een witte doos, werd geproduceerd en lokaal in Philadelphia verkocht. In 1935 diende Darrow het spel in bij de US Patent Office en hem werd een octrooi verleend. De oorsprong van het spel werd blijkbaar niet op prijs gesteld door de griffiers van het Octrooibureau. De verkoop van het spel rees als paddestoelen uit de grond en Charles Darrow werd rijk. Parker Brothers werd een groot bedrijf via de winst van Monopoly.

Uitdagingen voor Monopoly Monopoly ‘s

Een groot deel van het krediet voor de recente interesse in The Landlord’s Game, Elizabeth Magie Phillips en de aansluiting op de economische en sociale filosofie van Henry George’s behoort tot Ralph Anspach.

In 1973, terwijl hij aan de economische faculteit van de San Francisco State University werkte, ontwierp Professor Anspach een nieuwe game, dat hij Anti-Monopoly noemde. Toen Anspach’s spel in de winkelrekken begon te concurreren met Monopoly, diende General Mills (opvolger van Parker Brothers) een rechtszaak tegen Proessor Anspach in voor octrooi-inbreuk. Een tien jaar durende juridische strijd volgde, waarin de lagere rechter daadwerkelijk besloot dat  duizenden exemplaren van anti-monopolie vernietigd moesten worden.

Professor Anspach presenteerde het historische bewijs waaruit bleek dat Charles Darrow het spel in wezen vrijwel zonder verandering in het ontwerp of de regels had overgenomen van de versie die door Charles Todd werd gebruikt. De details van de juridische strijd om de eigendomsrechten te herwinnen was ooit te vinden op de  Anti-Monopoly website, maar die is verdwenen, de teksten staan nog wel op archive.org https://web.archive.org/web/20141216185103/http://antimonopoly.com/.

Om terug te komen Elizabeth Magie Phillips

Verwijzingen naar Elizabeth’s inspanningen verschijnen Georgistische tijdschriften. In een nummer uit 1926 van Land and Freedom, werd aangekondigd dat “een groep van Single Taxers overweegt een nieuwe en verbeterde uitgave van de Landlord’s Game te presenteren.” Elizabeth bleef ook een actieve Single-taxer en wasin 1931 afgevaardigde naar het Henry George congres dat in oktober werd gehouden in Baltimore, Maryland.

Parker Brothers kochtElizabeth’s patent  in 1932 voor $ 500, onder voorwaarde dat Parker Brothers The Landlord’s Game alsook Monopoly zou blijven publiceren. Burton Wolfe beschrijft een vergadering van de Parker Brothers’ president, Robert Barton en Elizabeth:

Zo Barton ontmoette Lizzie Magie, en vroeg haar of ze veranderingen in haar spel zouden accepteren. Volgens Barton’s herinnering, antwoordde ze als volgt: “Nee, dit is om de Henry George theorie van enkele belastingen te leren, en ik zal niet mijn spel veranderd willen zien, op welke wijze dan ook.” John Droeger uit San Francisco, de advocaat die stelling lg-1903_arden-board
nam en legde Barton uit waarom naar zijn mening Lizzie Magie  op die manierantwoordde : “Ze was een rabiate Henry George belasting-volger, een echte evangelist, en deze mensen veranderen nooit.”

magie-elizabeth-newspaper-storyIn januari 1936 interview de  The Washington Star  Elizabeth en haar werd gevraagd “hoe ze zich voelde over het krijgen van slechts $ 500 voor haar octrooi en geen enkele royalties”. Ze antwoordde dat het in orde vond “ze heeft nog nooit een dubbeltje geweld zolang het belastingidee van Henry George maar werd verspreid naar de mensen van het land. ”

Een derde editie van The Landlord’s Game werd gepubliceerd door Parker Brothers in 1939, maar het bedrijf deed niets om het te promoten. In feite, werd het spel bijna onmiddellijk teruggeroepen uit winkels en bijna elke onverkochte exemplaar vernietigd. Vandaag de dag, zijn er zeer weinig kopieën overgebleven. In overeenstemming met de overeenkomst met Elizabeth, kwam het spel  met twee sets van regels. Echter, alleen de regels die auteursrechtelijk waren beschermd door Parker Brothers werden daadwerkelijk verkocht met het spel. Aankopers moesten via contact met Elizabeth Magie Phillips de alternatieve regels zien te verkrijgen. Opmerkelijk genoeg zijn Elizabeth regels zijn beschikbaar op de website van Hasbro .

Een essay geschreven door Elizabeth verscheen in de september-oktober 1940 over de kwestie van Land and Freedom, onder de titel “Een woord aan wijs” Zelfs in haar dalende jaar, drong ze de Single Taxers aan tot actie:

Wat is de waarde van onze filosofie als we niet ons uiterste best doen om het toe te passen ? Om gewoon een ding te weten is niet genoeg. Om er door ons alleen maar over te spreken of te schrijven is niet genoeg. We moeten er op grote schaal  iets aan doen om vooruitgang te boeken. Het zijn moeilijke tijden, en drastische maatregelen zijn nodig. Om indruk op de menigte te maken die de moeite waard is, moeten we  in drommen naar de heilige  van de mannen gaan waar we achteraan zitten. We moeten niet alleen vertellen, maar laten zien hoe en waarom en waar onze vorderingen kunnen worden gezien in een aantal feitelijke situaties ….

Elizabeth Magie Phillips overleed in 1948 in Arlington, Virginia.

Fast-Forward to History Detectives

In 2004, werd door een inwoner van Arden, Delaware contact opgenomen met de producenten van het televisieprogramma History Detectives om hulp het identificeren van de geschiedenis van een houten bord, dat in zijn familie was sinds het begin van 1900. Onderzoek naar de oorsprong van The Landlord’s Game bracht de History Detectives naar Philadelphia om Dan Sullivan te interviewen, toenmalig directeur van het Philadelphia Henry George School, met betrekking tot het verband tussen het ontwerp en de doelstellingen van het spel en de leer van Henry George. Helaas, deze aflevering van History Detectives – uitzending op 28 juni 2004 – is niet beschikbaar voor het bekijken op de website van het programma. De episode is heruitzending van tijd tot tijd. Kijk er naar uit.

Voor meer informatie over het spel en het monopolie van de verhuurder

Thomas Forsyth is een van de meest deskundige verzamelaars van het originele spel borden en stukken met betrekking tot The Landlord’s Game.Hij heeft een gedetailleerde geschiedenis van het spel, dat op kan worden onderzocht samengesteld The Landlord’s Game.

monopoly man

 

 

 

 

Het visioen van Edward Bellamy

bellamy1De Gouden Eeuwen liggen voor ons en niet achter ons.
Het jaar 2000, bezien vanuit 1887

Stel: Het is het jaar 2000 en je probeert je voor te stellen hoe de maatschappij er uit kan zien in 2113. Van welke technische vooruitgang profiteert men dan, hoe is dan de verhouding rijk / arm en hoe gaan mensen dan met elkaar om? Honderddertien jaar vooruitzien, het is eigenlijk ondoenlijk – de weersverwachtingen kunnen we vaak niet eens met één dag vooruit voorspellen. Toch is dat het, wat de Amerikaan Edward Bellamy deed: honderddertien jaar vooruit zien. Hij schreef in 1887 een boek over de wereld die hij voorzag voor het jaar 2000! En nu het zo ver is, is het verlokkelijk zijn ideaalbeeld en de huidige realiteit naast elkaar te leggen.

Wie was Bellamy, wat wás zijn ideaal, wat heeft hij al teweeggebracht, en: wat komt er nog meer? Edward Bellamy (1850-1898) was de zoon van een dominee in Chicopee Falls, Massachussetts. Op 18-jarige leeftijd maakte hij een reis door Europa, waar hij getroffen werd door de maatschappelijke tegenstellingen die de industriële ontwikkelingen veroorzaakten. Terug in Amerika constateerde hij dat de situatie daar niet veel beter was.

Hij studeerde rechten, werd tot de balie toegelaten, maar koos toch een andere weg: hij werd een sociaal bewogen journalist en literator. Als redactioneel medewerker werkte hij in 1871 aan de New York Evening Post en vanaf 1872 bij de Springfield Daily Union, schreef vier boeken en tal van artikelen en o.a. de notitie ‘De religie der solidariteit’. Samen met z’n broer Charles richtte hij het driewekelijkse blad ‘Penny News’ op, wat later de ‘Springfield Daily News’ werd.

De sociale onlusten en onrechtsituaties brachten Bellamy tot het schrijven van ‘Looking Backward’, waarin hij een visie geeft op een betere, rechtvaardigere samenleving. Hij streeft een wereld na waarin iedereen gelijk is en iedereen het goede voorheeft, hetgeen o.a. resulteert in een gelijke verdeling van rijkdommen. Een wereld zonder criminaliteit, zonder verspilling, zonder klassenonderscheid, zonder geld, ambtenaren, reclame, legers, bankiers, handel, gevangenissen. Noem maar op. Een ideale wereld. Utopia. Later schreef hij ook nog het vervolg, ‘Equality’ genaamd. In 1898 stierf Edward Bellamy aan tbc, 48 jaar oud.

113 JAAR SLAPEN

In het kort iets over de inhoud van Looking Backward: Het is 1887. Hoofdpersoon in het boek is Julian West. Hij woont in Boston en is welgesteld. Regelmatig kan hij moeilijk in slaap komen en roept dan de hulp in van een hypnotiseur. Op de avond voordat hij trouwen zal met Edith Bartlett is het weer zover: in zijn ondergrondse slaapkamer brengt de hypnotiseur hem in slaap. Deze keer wel erg degelijk.

Boven hem brandt, tijdens zijn diepe slaap, het huis af en men veronderstelt dat hij is omgekomen. Op dezelfde plaats wordt weer een nieuw huis gebouwd. 113 jaar later woont ene dokter Leete in dat huis en als deze in zijn tuin een laboratorium wil bouwen, wordt bij graafwerk de kelder ontdekt, waarin Julian al die tijd in een soort comatoestand heeft gelegen. De dokter meldt hem voorzichtig dat het inmiddels 2000 is en neemt hem op in zijn gezin. Daar ontstaat dan het vraag- en antwoordspel dat het grootste deel van het boek uitmaakt, de discussies over hoe het vroeger was en vooral hoe het ‘nu’ is. Hoe de armoede is opgelost, de economische ongelijkheid is verdwenen, de achterstand van de vrouw opgeheven, enzovoort enzovoort. Dokter Leete verwoordt Bellamy’s eigen kritiek op de maatschappij van eind negentiende eeuw en hij beschrijft het ‘nu’, als het Utopia van het jaar 2000.

BELLAMY-CLUBS

De eerste druk van Looking Backward verscheen in 1888 en werd enthousiast ontvangen. Al heel snel waren er meer dan een miljoen exemplaren verkocht. Alleen van De negerhut van Oom Tom, van Harriet Beecher-Stowe, waren in de negentiende eeuw meer exemplaren verkocht. Dit enthousiasme leidde tot de oprichting van tal van Bellamy Clubs, de eerste al in 1889 in Boston. De leden wilden zich inzetten voor de praktische realisatie van Bellamy’s ideeën. Mede door de geweldige opgang van zijn boek, leidde het er in Californië toe, dat daar zo’n zestigtal nationale clubs ontstonden en over geheel Amerika wellicht 10 maal zoveel. Ze kenden een korte bloeitijd, maar de meeste waren rond 1894 alweer ter ziele.

Al snel was het boek in diverse vertalingen ook in het buitenland bekend. De eerste Nederlandse uitgave In het jaar 2000 verscheen al in 1890 (in 1500 exemplaren). De vertaler, Frank van der Goes, vond dat het boek “meer wijsheid en waarheid bevat dan de Nederlandsche Staatshuishoudkunde ons in de vele en uitgebreide werken had gedoceerd.” In 1932 werd in Nederland de Internationale Vereeniging Bellamy gesticht. Het was nadrukkelijk een vereniging zonder politieke strekking. In de statuten stond zelfs: “Het is de leden verboden, bij het voeren van propaganda of op vergaderingen in verband staande met het doel der vereeniging, regeeringen of personen of eenige partij, groep of beweging aan te vallen of te verdedigen.”

Na een aantal zéér actieve jaren met landelijk gezien bijna 30.000 leden en nog veel meer sympathisanten verspreid over circa 87 plaatselijke afdelingen, met een eigen blad, lezingen, werkclubs en landdagen, was het in 1940 radicaal afgelopen toen de Duitsers binnenvielen. Na de oorlog was er wel weer een opleving. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 17 mei 1946, deed zelfs in negen van de achttien kieskringen een politieke afsplitsing van de Bellamy-vereeniging mee. Die zogenoemde Bellamy Partij behaalde echter niet genoeg stemmen voor een kamerzetel. Zowel deze Bellamy Partij als de Bellamy Vereeniging kregen niet meer de belangstelling van voor de oorlog terug en kwijnden langzaam weg.

In 1989 blies Piet van Gemerden de zaak echter weer nieuw leven in, door contact op te nemen met Bellamisten-van-toen. Met als resultaat dat de Bellamy-Vereniging vanaf dat moment weer actief werd. Weliswaar met een zeer bescheiden ledental (zo’n 40stuks) en nagenoeg iedereen was zeventig jaar of ouder, maar wel zéér gedreven. Dat het Utopia van Bellamy in 2000 niet gerealiseerd zou zijn, zagen zij natuurlijk allang aankomen. Maar hun oude ideaalbeeld bleef gehandhaafd. De helaas in 1999 overleden Van Gemerden was daar zeker van: “In alle lagen van de bevolking rijpt het besef dat de wereld straks niet meer leefbaar zal zijn, als niet snel wordt ingegrepen in natuur en milieu. Kijk naar wat er zich in de wereld afspeelt: het zijn de stuiptrekkingen van het kapitalistische stelsel.” En: “Wat mij zo aantrok? Het economische Bellamy-stelsel is zo eenvoudig en duidelijk. Er is geen andere oplossing mogelijk dan wat hij voorstaat.”

WERKEN TOT JE 45ste

In Bellamy’s visie is de mens bevrijd van ‘het kapitalisme’; daarvoor in de plaats is er dan een maatschappij met economische gelijkheid voor iedereen. Het hele leven wordt geregeld door de centrale overheid. Land, fabrieken, andere kapitaalgoederen en communicatiemiddelen zijn eigendom van de gemeenschap. De leiders worden niet door het volk gekozen, maar door de ouderen met wijsheid en ervaring. Jongeren genieten onderwijs tot 21jaar. Werken doet men tot het 45ste jaar. Daarna kan men zich wijden aan ‘de hogere uitoefening van onze krachten, de geestelijke en verstandelijke genietingen en bezigheden van het leven’.

Degenen die werken (in principe dus iedereen van 21 tot 45 jaar) vormen samen het ‘arbeidsleger’. Dat bestaat uit gilden, die worden geleid door generaals. Daarboven staan tien opperofficieren en één hoofdaanvoerder die de president is. In de Bellamy-economie is er geen geld, geen handel, geen concurrentie en geen reclame of overproductie. Iedereen krijgt een creditcard (1887!), met een jaarlijks tegoed om ruim voldoende van te kunnen leven. Een eventueel overschot aan ’t eind van het jaar komt te vervallen. Met deze card kan men bij het gemeentemagazijn inkopen doen. Dat is een soort Kijkshop: er staat één exemplaar van alle artikelen, met bijbehorende informatie op een kaart. Er is geen personeel dat je tot kopen wil verleiden, maar wel deskundigen om indien gewenst advies te geven en het aanbod in alle magazijnen is gelijk. Een bestelling gaat per buizenpost naar het centrale stadsmagazijn en het artikel wordt kort erna ondergronds thuisbezorgd.

Vermeldenswaard hierbij is het feit dat momenteel in Leiden het gemeentebestuur, om de binnenstad leefbaar en bereikbaar voor personen en (goederen)vervoer te houden, een haalbaarheidsonderzoek heeft opgestart naar een O.L.S. (Ondergronds Logistiek Systeem).
Evenals in Leiden lopen er thans dergelijke O.L.S. haalbaarheidsprojecten in Utrecht, Arnhem / Nijmegen, Tilburg, Aalsmeer / Schiphol / Hoofddorp en Limburg. En er is het Interdepartementale Projectorganisatie Ondergronds Transport, IPOT genaamd wat momenteel door het Ministerie van Verkeer en Waterstaat wordt geleid.

bellamy2Het leven is enerzijds heel sober, anderzijds comfortabel. De privé-woningen zijn heel eenvoudig ingericht. Maar gemeenschappelijke ruimten zoals restaurants, ontspanningsgebouwen en bibliotheken (“voor de gezellige helft van ons leven,” aldus dr. Leete) zijn weelderig ingericht. Eten doet men voornamelijk buitenshuis. Het koken in privé-woningen vindt men verspilling van tijd en energie.

Er is volkomen vrijheid voor elke godsdienstige en ethische richting. De vrouw zal volgens Bellamy evenveel rechten en plichten hebben als de man. Een citaat uit In het jaar 2000: “Behoeft de vrouw die gaat trouwen dan niet het bedrijfsleven te verlaten?” vroeg ik. “Nee, evenmin als de man”, antwoordde dr. Leete. “Waarom zou zij dit doen? De gehuwde vrouwen hebben immers geen huishoudelijke plichten van belang meer en hun echtgenoten zijn toch geen kleine kinderen die verzorgd moeten worden.” En: “Natuurlijk zijn de vrouwen niet van de mannen afhankelijk.”

TECHNIEK

Een paar van de technische vondsten van Bellamy (in 1887!):

  • Een ondergronds logistiek systeem (OLS) zoals nu o.a. in Leiden wordt onderzocht
  • Als het gaat regenen, schuiven automatisch daken boven de trottoirs
  • Energiewinning uit getijdenkracht
  • Vuilverbrandingsinstallaties
  • Televisie: via een elektroscoop in combinatie met de telefoon kan men thuis van theatervoorstellingen genieten.
  • Radio: in woon- en slaapkamers kunnen met een knop diverse muziekgenres en concerten ten gehore worden gebracht, evenals preken door populaire dominees
  • Kerken en concertzalen trekken nog maar weinig bezoekers
  • Credit cards!

BROEDERLIJKE BESCHAVING

In Bellamy’s samenleving zijn de mensen van harte tot het goede geneigd. Alle mensen zijn solidair. ‘A new fraternal civilization’ noemde Bellamy het, een nieuwe broederlijke beschaving. De sterke moet er voor de zwakke werken. Gehandicapten en zwakkeren hebben hetzelfde inkomen als de overige arbeiders. Niemand kan en wil zich nog verrijken ten koste van anderen. “Niemand staat zo hoog, dat hij een trotse toon tegen een werkman van de allerlaagste klasse zou durven aanslaan. Ambtenaren en regeringspersonen zijn niet alleen in naam, maar wérkelijk de helpers en dienaren van het publiek. Het is zeldzaam, als het volk aanleiding heeft om een hoge ambtenaar anders dan dankbaar te zijn”, zegt dr. Leete.

De ongelijke verdeling van kennis en beschaving wordt onmenselijk gevonden. Dr. Leete zegt: “Wij geloven dat het mensdom voor het eerst de verwezenlijking van Gods ideaal nabij komt.” Een dominee zegt in In het jaar 2000: “De menselijke natuur is in haar wezenlijke trekken goed, niet slecht. De mensen zijn in hun natuurlijke bedoeling en structuur edelmoedig en niet zelfzuchtig, barmhartig en niet wreed, medelevend en niet arrogant, godgelijk in hun streven, bezield met goddelijke impulsen van tederheid en zelfopoffering.” Julian West voelt zich gegeneerd bij zoveel goedheid en vooruitgang, hij voelt zich beschouwd als een vertegenwoordiger van een veracht tijdperk, ‘een aangespoeld schepsel’. Wat heb ik vroeger gedaan om het onrecht te verkleinen, vraagt hij zich af.

HEMEL EN MARX

Bellamy oogstte zeer veel enthousiasme, maar ook veel kritiek. Een luchtkasteel, met wolken als fundament, zo reageerde zijn tijdgenoot Henry George. Van de Duitser H. Erdmannsdörffer verscheen in 1891 in Nederland al een boek waarin hij Bellamy’s ideeën verwierp: “Het zou heerlijk zijn, maar het zal niet gebeuren! Het eist een rijpheid van geest bij de gehele bevolking, zoals wij ze thans nog in de verste verte niet bij het volk bemerken”.

De Nederlandse socialistische krant Het Volk schreef in 1938 dat de Bellamisten een zwak werkelijkheidsbesef hadden. Prof. J.W. Schulte Nordholt zei 16 maart 1990 in een paginagroot artikel over Bellamy in Trouw: “Ja, het is het koninkrijk der hemelen op aarde, vermengd met een stevige scheut Marx.” Katholieken werd indertijd afgeraden Bellamyaan te worden. Maar er waren wel christen-Bellamyanen; “Wij roepen onze geloofsgenoten op, onze rijen te komen versterken.” Zij vonden dat de Nieuwe Gemeenschap ‘gegrondvest is in het Evangelie en beantwoordt aan de Wet der Naastenliefde’.

DAGERAAD

Nog even terug naar Edward Bellamy zelf. Na een kritische recensie in de Bostonse krant The Transcript schreef hij een ingezonden brief, op 30 augustus 1888, waarin hij zijn bedoeling nog eens uitlegt: “Hoewel het de vorm heeft van een fantasierijke romance, is Looking Backward in alle ernst bedoeld als een voorspelling, in overeenstemming met de principes van de evolutie, van het volgende stadium in de industriële en maatschappelijke ontwikkeling van de mensheid.”

Bellamy vindt dat er aanwijzingen zijn voor “de impliciete voorspelling dat de dageraad van het nieuwe tijdperk al aanstaande is en dat de volle dag snel zal volgen. Alle nadenkende mensen zijn het er mee eens dat de huidige samenleving voor grote veranderingen staat. De enige vraag is, of die ten goede of ten kwade zullen zijn. Degenen die geloven in de wezenlijke goedheid van de mens neigen naar de eerste visie, degenen die geloven in zijn wezenlijke slechtheid, naar de tweede. Wat mij betreft, ik hou het op de eerste mening. ‘Looking Backward’ is geschreven in de overtuiging dat de Gouden Eeuwen vóór ons liggen en niet achter ons, en dat ze niet ver weg zijn. Onze kinderen zullen het zeker zien, en wij ook, als we het verdienen met ons geloof en ons werk.”

DE ECONOMIE

12 hoofdpunten uit Bellamy’s ideeën over economie:

  • Een volk is niet welvarend zolang niet iedereen gelijkelijk in de welvaart deelt.
  • De hulpmiddelen tot het scheppen van welvaart behoren in handen te zijn van de gemeenschap.
  • Het voornaamste middel tot welvaart is arbeid. De gemeenschap heeft recht op de arbeid van al haar leden.
  • Geen enkel individu heeft uitsluitend rechten. Iedereen heeft ook plichten tegenover de gemeenschap.
  • Arbeidsplicht rust op iedereen, en dus kan niemand het recht op arbeid of het recht op het geproduceerde onthouden worden.
  • De vrouw heeft dezelfde rechten en plichten als de man. De arbeid in het gezin strekt tot nut van de gemeenschap en is dus gelijkwaardig aan iedere andere arbeid.
  • Het is de plicht van de meest begaafden en sterkeren om betere of meer arbeid te verrichten dan iemand die naar lichaam of geest zwakker is.
  • De moeilijkheid van arbeid wordt niet vertaald in meer loon, maar in minder arbeidsuren.
  • Het gelijk aandeel in de gemeenschappelijke welvaart is het onvervreemdbaar eigendom van iedereen, levenslang.
  • Ieder mag zijn aandeel besteden naar eigen keuze.
  • Het aanbod van goederen wordt geregeld door de vraag ernaar.
  • Omdat machines een zeer belangrijk middel tot productie zijn, behoren zij toe aan de gemeenschap, net als spoorwegen, telegraaf, telefoon, enz.

BEZINNING

Er zijn veel voorspellingen gedaan voor het jaar 2000. De meeste, zelfs van een paar jaar geleden, zaten er naast. Ook het toekomstbeeld dat de visionair Bellamy schetste is er niet gekomen. De technische vooruitgang die hij voorspelde in 2000, zit er dichter bij dan de sociale situatie. Maar wat wil je: 113 jaar… Echter: dat het er niet van gekomen is, wil niet zeggen dat zijn gedachten ons niet zouden kunnen helpen om ons te bezinnen op de huidige sociale en economische verhoudingen. Want wat we er met z’n allen tot nu toe wél van gemaakt hebben, blijkt in het jaar 2000 immers nog steeds verre van ideaal. En visionaire mensen, ook utopisten, blijven nodig. In augustus 1999 zei prof. Elisabeth Mann, dochter van Thomas Mann, in een interview met Vrij Nederland o.a : “Natuurlijk, van idealen alleen kunnen we niet leven. Die moeten wel verbonden worden met de economische realiteit.” Maar ze zei ook: “De utopisten van vandaag zijn de realisten van morgen, en de realisten van vandaag liggen morgen in hun graf.”

INTERNET

Ook op Internet is het nodige te vinden over Bellamy. Bijv. op http://www.sjsu.edu/faculty/wooda/bellamy.html van Andrew Wood, ass.professor aan de San José State University, met o.a. een afbeelding van het handschrift van de eerste pagina van ‘Looking Backward 2000-1887

Teksten van  publicaties van Bellamy, zoals The Blindman’s World (1886),  With the eyes shut (1889) en Looking Backward 2000-1887 (1887) zijn te vinden bij het Gutenberg project.
De Nederlandse Bellamy vereniging Stichting is te vinden op www.sdnl.nl/bellamy.htm

 

De kunst van het Niets

bow_drillWesterlingen die voor het eerst Shoshonean Indianenstammen ontmoetten in de Great Basin woestijn beschreven hen meestal als “ellendig en lui”. Veel waarnemers merkten op dat ze leefden in een totale woestenij en toch leken ze niets te doen om hun situatie te verbeteren. Ze bouwden geen huizen of dorpen; zij hadden weinig gereedschap of bezittingen, bijna geen kunst, en ze sloegen weinig voedsel op. Het leek erop dat alles wat ze deden zitten en niets doen was.

De Shoshone waren echte jager-verzamelaars. Ze brachten hun leven door met het lopen van de ene bron van voedsel naar de andere. De reden dat ze geen huizen bouwden was omdat huizen voor hen nutteloos waren in hun nomadische levensstijl. Alles wat ze bezaten droegen ze van plaats tot plaats op hun rug. Ze hebben geen gereedschappen, bezittingen of kunst, omdat het een last zou zijn geweest dit te dragen.

We verwachten vaak dat zulke primitieve culturen als de Shoshone de hele tijd moeten hebben gewerkt om in leven te blijven, maar in werkelijkheid waren ze over het algemeen een heel relaxed volk. Antropologisch onderzoek in verschillende delen van de wereld hebben aangegeven dat nomadische jager-verzamelaars in dit soort samenlevingen meestal alleen twee of drie uur per dag werkten voor hun levensonderhoud. Net als herten en andere wezens in het wild, doen jager-verzamelaarvolken niets meer dan wandelen en eten.

Het Shoshone hadden veel tijd om handen omdat ze  bijna geen materiële zaken produceerden. Ze waren niet lui; ze waren gewoon zuinig. Uren zitten en niets doen hielp hen om energie te besparen, zodat ze niet zo veel calorieën zouden hoeven oogsten om zichzelf elke dag te voeden.

Vandaag de dag vinden velen van ons westerlingen zich gefascineerd door deze eenvoudige culturen, en een paar van ons duiken er echt in om deze primitieve levensstijl te imiteren. In onze typische westerse ijver krijgen we rechtsaf om te produceren, te produceren, te produceren. We werken er ambitieus om elk primitief vak te leren, en wij produceren allerlei primitieve kleding, gereedschappen, hulpmiddelen, en kunst, en gewoon dingen. De ware jager-verzamelaars  droegen al hun bezittingen op hun rug, maar wij moderne primitieven snel merken dat we behoefte aan een camper en gewoon naar een camping gaan! In onze inspanningen om de primitieve levensstijl te vinden hebben we ironisch genoeg het punt compleet gemist — dat we veel primitieve dingen hebben gemaakt, maar dat we niet zijn begonnen met het begrijpen van de ware aard van een primitieve cultuur. Om echt te begrijpen wat de essentie is, is een proces van loslaten nodig, en moeten we beginnen om de kunst van niets te vatten.

Inzicht in de kunst van het niets is een enigszins uitdagend concept voor ons westerlingen. Als we op een ‘primitieve’ camping trip gaan, nemen we onze westerse vooroordelen met ons mee. We vinden een plek in een weiland om onze schuilplaatsen te bouwen, en als de plek niet waterpas is, dan maken we het zo. Dan verzamelen we materialen en beginnen vanaf nul met de bouw van muren en het dak van een schuilplaats. We doen wat we gewend zijn; we bouwen een huis op een geëgaliseerd perceel in de wei. Dan verzamelen we materialen voor het dak van ons asiel, ongeacht of er sprake is van wolken, of dat het al maanden niet geregend heeft.

Een deel van de redenen waarom we op deze manier handelen komt voort uit onze culturele opvoeding. Een ander deel is gewoon omdat het gemakkelijker is voor onze leraren om ons iets te leren in plaats van ons niets te leren. Het is veel makkelijker om te leren hoe je iets doet dan te leren hoe het niet nodig om iets te maken. De doe-iets benadering van primitieve vaardigheden is om alles wat je nodig hebt te maken, terwijl de doe-niets methode is om alles te vinden.

Bijvoorbeeld, de doe-niets methode van opvang is om onderdak te vinden, in plaats van om het te bouwen. Twee uur doorgebracht met op zoek zijn naar een gedeeltelijke beschutting die verbeterd kan worden is gemakkelijker en je bespaart twee uur hardwerkende bouwtijd, en je zal op deze manier meestal een betere opvang hebben. Meer nog, de doe-niets methode van opvang is om eerst te kijken naar het binnenkomende weer en alleen te bouwen wat nodig is. Als het niet gaat regenen dan kunt je in staat zijn om je schuilplaats met niets-doen regendicht te maken. Dan is het handiger om je inspanningen te gebruiken voor iets dat je alleen warm houdt, in plaats van zowel warm en droog.

Er zijn veel dingen, zowel kleine als grote, die een persoon kan doen of niet kan doen, om de kunst van niets doen te verbeteren. Dit kan zo simpel zijn als een kommetje maken met je handen om uit een beekje te drinken, in plaats van het maken en het dragen van een beker, om een tak met scherp punt te vinden door er een af te breken, in plaats van met een mes methodisch een punt eraan te snijden. Hand gesneden houten lepels en vorken zijn doe-iets gebruiksvoorwerpen die je hebt om te produceren, te dragen, en het ergste, die je moet reinigen. Maar chopsticks (chinese eetstokjes) zijn doe-niets gebruiksvoorwerpen die niet hoeven te worden vervaardigd of uitgevoerd, en je kunt ze  in het vuur gooien als je klaar bent.

Henry David Thoreau schreef over het hebben van een rots voor een presse-papier in zijn hut bij Walden vijver. Hij gooide het weg toen hij ontdekte dat hij het moest afstoffen. Dit is de essentie van een doe-niets-houding.

De doe-niets benadering van primitieve vaardigheden is iets dat je doet. Niets doen is een manier om tijd en energie te besparen, zodat je je dagelijkse werk effectiever kan afmaken. Een ding dat ik heb gevonden door jaren van experimenteel onderzoek naar primitieve vaardigheden, is dat er zelden genoeg uren in een dag zitten om alle taken van een dag af te ronden. Het is lastig om onderdak te bouwen, een werkende vuurboor ( bowdrill[1] – zie foto) te maken, vallen te maken, wortels op te graven, kommen en lepels te maken, en eten te koken. Samenlevingen van jager-verzamelaars zijn erin geslaagd slechts twee tot drie uur per dag  te werken, maar met onze inspanningen om hun levensstijl te benaderen werken we uiteindelijk de hele dag.

Niets doen is een onderzoeksgebied; het is een manier van denken en doen. Bijvoorbeeld, ik heb een heleboel getimede studies van verschillende primitieve vaardigheden: dat wil zeggen: hoe lang duurt het om een bepaalde schuilplaats te bouwen? Hoeveel van een bepaald levensmiddel kan ik per uur oogsten? Kan ik de oogst vergroten met behulp van verschillende manieren van verzamelen? Een ding dat ik heb opgemerkt is dat het slechts marginaal zuinig om gemeenschappelijke primitieve dodelijke valstrikken[2] vervaardigen. Het is tijdintensief; het voegt gewichtdragen toe, en de valkuilen hebben vaak korte levensduur. De doe-niets alternatief is om te gebruiken wat is bij de hand is, pak stokken en monteer ze in een val, zelfs zonder gebruik van een mes. Bij voorlopige testen van deze “no-methode” zijn de resultaten gelijk zijn aan conventionele, gesneden en vervaardigd vallen, maar met een veel kleinere investering van tijd.

De primitieve jager-verzamelaar culturen waren erg goed in niets doen. Precies hoe goed ze deden dit is moeilijk te bepalen, echter, omdat niets doen niets achterlaat als archeologische bewijs. Elke keer dat we een artefact vinden hebben we documentatie van iets wat zij deden; maar het belangrijkste deel van hun vaardigheden kan zijn wat ze niet deden, en er is geen manier om te ontdekken wat dat was door het bestuderen van wat zij deden.

Toch,  je zult zelf ontdekken, als je de kunst van niets doen leert, is dat je veel meer thuis voelt in de wildernis. Niet langer zal je zo afhankelijk zijn van een hoop gereedschappen en dingen die nodig hebt om de elementen van de natuur vorm te geven en aan onze westerse definitie aan te passen. Je vindt dat je minder en minder nodig hebt, totdat je op een dag vindt dat je helemaal  niets nodig hebt. Dan zul je genoeg tijd om handen hebben, zodat je kunt kiezen om niets te doen, of zelfs om iets te doen.

Auteur: Thomas J. pa’al

Bron: http://www.primitivism.com/nothing.htm

Statism: de gevaarlijkste religie (door Larken Rose)

statismEen compilation van Larken Rose’s audio clips uit verschillende radio interviews. Met Engelse, Nederlanse en andere ondertitels. Onderaan de video het transscript, om zo even te lezen. Lees verder

Waarom De Dag van het Basisinkomen op 1 mei?

NL-ockerDe Dag van het Basisinkomen is een geweldig idee en vooral als die gehouden wordt op 1 mei.

Sommigen zijn het niet eens dat de dag valt op de dag van de arbeid, maar hieronder een uitleg waarom juist die dag de juiste dag is voor de dag van het basisinkomen

Waarom is er een arbeidersbeweging?

laborDenk een moment na over deze vraag. Wat is het uiteindelijke doel en het streven van de arbeidersbeweging? Van waaruit ontstond zij? Waar is zij nu? Waar zal ze over 50 jaar zijn? En hoe kunnen wij het beste – naarmate de tijd voorbijgaat – de geschiedenis van de beweging eren? Hoe doen we op een goede manier recht aan de geschiedenis van de beweging?

In een recente uitgave met als titel “Ours to Master” (Beheers wat ons toekomt) [4], dat Peter Frase schreef voor het tijdschriftJacobin vraagt hij aandacht voor wat hij noemt “verlicht Luddisme” (enlightened Luddism)[5]. De Luddites waren negentiende-eeuwse Engelse ambachtslieden bekend omdat zij arbeidsbesparende machines stuksloegen. Vandaag de dag symboliseert hun naam zowel heldhaftig verzet tegen onderdrukking met behulp van machines, als wel onverzoenlijke haat tegen alle technologische vooruitgang.], terwijl er – juist vanuit de arbeid geredeneerd – niet langer een kortzichtig verzet tegen innovatieve, nieuwe technologieën zou moeten bestaan. De vooruitgang van de technologie moet worden omarmd om alles wat zij kan bereiken. Als een machine iemands werk beter en goedkoper kan doen, dan moet dat zo gebeuren. Het probleem is niet dat technologie banen afschaft. Het probleem is dat de eruit voortvloeiende winsten niet netjes verdeeld worden. Dus hoe kan arbeid hiermee het beste omgaan? Nou, volgens Frase …

“Het vereist ingrijpen op het niveau van de staat – niet op afzonderlijke werkplekken in kantoren of fabrieken – om een deel van de opbrengst van de automatisering ten goede te laten komen aan de rest van de samenleving, de niet-kapitaalbezitters. Dit kan gerealiseerd worden middels een universeel basisinkomen, een gegarandeerde minimumbetaling aan alle burgers geheel onafhankelijk van werk. Als progressieve krachten zich ervoor zouden inzetten, zou het OBi een niet-reformistische (anti-kapitalistische) hervorming betekenen, waardoor ook de automatisering kan versnellen door machines meer concurrerend te maken ten opzichte van werknemers, die in een betere positie zouden verkeren om te lage lonen te verwerpen. [André Gorz’ uitdrukking “non-reformist reform / niet-reformistische hervormingen” verwijst naar voorgestelde veranderingsprogramma’s die hun eisen baseren op menselijke behoeften in plaats van de behoeften van het huidige economische systeem; [6] Het zou ook de organisatie van de arbeid vergemakkelijken door te fungeren als een soort stakingsfonds en buffer tegen de dreiging van werkloosheid. Een universeel basisinkomen zou werknemers beschermen en een hoog ontwikkelde economie zonder schaarste kunnen verwezenlijken; het zou de dubbelhartige keuze tussen goed betaalde werknemers of arbeidsparende machines, sterke vakbonden of technologische vooruitgang, kunnen doorbreken.”

Een paar hele belangrijke ideeën moeten hier goed begrepen worden. In de 21ste eeuw zal het binnenhalen van het basisinkomen de belangrijkste overwinning zijn van de arbeidersbeweging, opdat de winsten van de technologie niet slechts in handen van de eigenaren van kapitaal blijven vallen, maar ook om de arbeidersbeweging zelf weer nieuwe kracht te geven door de mogelijkheid om een massale, algemene staking af te kondigen die zijn gelijke in de geschiedenis niet kent. Bovendien zal de onderhandelingspositie van iedere individuele arbeider worden verhoogd, doordat alle werknemers voortaan de optie hebben om “Nee” te zeggen tegen onbevredigende lonen en arbeidsvoorwaarden.

Met andere woorden het basisinkomen is niet de vijand van de arbeidersbeweging. Het is haar beste vriend.

Daarom moet op een dag als de Dag van de Arbeid arbeid  in de komende jaren aangespoord worden om werk te maken van het idee dat technologie in dienst moet staan van werknemers – alle werknemers – met inbegrip van diegenen die betrokken zijn bij allerlei vormen van onbetaalde arbeid, zoals zorgarbeid, bijvoorbeeld ouderschap (je weet wel, het soort werk dat nieuwe werknemers kneedt). En de arbeiders moeten dit doen via een 21e eeuwse strijd voor een universeel basisinkomen. De Dag van het Basisinkomen is niet strijdig met de Dag van de Arbeid. Zij vullen elkaar aan. Het doel is niet om in de successen van de arbeidersbeweging, die in vorige eeuwen zijn bereikt, te treden, maar om hen te eren en de beweging te loodsen naar een toekomst van nog grotere prestaties. Ja, mensen zijn gestorven voor de arbeidersbeweging. Mensen stierven ook op de 1e mei 1929 [7] terwijl ze vochten voor de rechten van werknemers. En om diezelfde reden ging een groep mijnwerkers in staking op de 1emei 1926. Ze waren er om die reden ook toen op 1 mei 1889 de eerste Internationale Dag van de Arbeid werd georganiseerd. Daarom ook riepen werknemers in de VS op 1 mei 1886 een algemene staking voor een 8-urige werkdag uit, enkele dagen voor de bomaanslag in Chicago op 4 mei [http://nl.wikipedia.org/wiki/Haymarket-affaire]. En zij waren daar indertijd ongetwijfeld ook om die reden toen de American Equal Rights Association (Amerikaans Verbond voor Gelijke Rechten) op 1 mei 1866 werd opgericht.

Wat is die reden? De uiteindelijke beweegreden is het antwoord op de vraag die ik aan het begin stelde: “Waarom bestaat de arbeidersbeweging?”

De arbeidersbeweging bestaat omdat het haar recht is om te bestaan, omdat mensen het recht hebben om er te zijn. De arbeidersbeweging bestaat omdat werk niet alleen de individuele werknemer ten goede zou moeten komen, maar allewerknemers in solidariteit. Inderdaad, de hele mensheid – en niet alleen bezitters van kapitaal – zou in ultieme saamhorigheid in de opbrengst moeten delen. De arbeidersbeweging zal ophouden te bestaan, als zij zich niet verenigt rond het idee van een gegarandeerd basisinkomen voor iedereen. De technologie-eigenaren zullen het onderzoeken en dus zal de arbeidersbeweging aanstalten moeten maken om er ook naar te kijken. Dit is een kwestie van gelijke economische rechten. Voor deze rechten moet gevochten en deze strijd moet gewonnen worden.

Zonder te vechten voor een basisinkomen voor iedereen en het winnen van deze strijd, zullen vakbonden macht blijven verliezen door een voortdurende verandering van de manier waarop we allemaal werken [8]. Wat ooit veilige full-time banen waren in de productiesector, waaruit de arbeidersbeweging ontstond, is verworden tot steeds meer onzekere deeltijdbanen en geglobaliseerde freelance arbeid met de daarbij behorende nul-uren contracten en de voortdurend wisselende vooruitzichten. Onzekerheid over de vraag hoe het werk verandert, maakt het uiterst moeilijk grip te krijgen op het kapitaal.

De arbeidersbeweging heeft het basisinkomen nodig indien zij niet alleen wil overleven, maar wil floreren. Werknemers moeten de keuze hebben om voor zichzelf te werken en werken voor anderen af te wijzen. Dat is alleen mogelijk met een basisinkomen. Werknemers moeten ook meedelen in de voordelen van de technologie, door hogere inkomens of een vermindering van werkuren, ruimere beloningen of zelfs eigendom. Werken voor anderen moet een keuze zijn, en die keuze moet worden bevochtendoor werknemers voor alle werknemers, of het nu traditioneel gezien wordt als werk of niet.

Dat is universele solidariteit en daar staat de Dag van het Basisinkomen voor.

Persoonlijk vind ik de Dag van het Basisinkomen ook veel meer respectvol jegens al die werknemers die al die jaren hebben gevochten – waarbij sommige zelfs hun leven verloren – dan om toe te kijken hoe de moderne arbeidersbeweging blijft vechtenom te werken in plaats van zich te bevrijden van werk of om toe te zien hoe de arbeidersbeweging compleet uitsterft als menselijke arbeid wordt vervangen door machines.

Wat is het doel van een vakbond eigenlijk? Ik bedoel, als we teruggaan naar het oorspronkelijke doel, naar het hart van de beweging. Nou, wat is het doel van een autobedrijf? De CEO die gelooft dat het doel van een autobedrijf is om auto’s te maken, heeft het bij het verkeerde eind en is ook nog kortzichtig. Het werkelijke doel van een autofabrikant is om het vervoer van haar klanten te blijven verbeteren. Je vast leggen op een enkel bestaand middel van vervoer, zoals een auto, is een hinderpaal voor vooruitgang. Een bedrijf moet altijd zoeken naar manieren om de kwaliteit voor zijn klanten te verbeteren. Auto’s zijn niet het definitieve antwoord op de vraag hoe een klant van punt A naar punt B gebracht moet worden en het bedrijf dat dit niet onder ogen wil zien, zal falen als bedrijf, omdat een ander bedrijf het initiatief zal nemen voor iets nieuwers en beters.

Als je op dezelfde manier verder redeneert, zouden ook vakbonden niet moeten stoppen met het overdenken van hun eigen doelstelling. Is het de bedoeling van de vakbond om eeuwig op dezelfde weg door te gaan? Is het zijn doel om een betere onderhandelingspositie te verwerven, zodat hij hogere lonen en een vermindering van uren kan bedingen, maar alleen voor diegenen die lid zijn? Wat zal er gebeuren met de vakbonden in een wereld die niet langer menselijke arbeid vereist? Zal er op de 1e mei 2050 met verlangen teruggekeken worden naar een tijd waarin vakbonden nog bestonden en de mensen een goed leven hadden?

De arbeidersbeweging moet beseffen in wat voor tijd wij leven, net zoals wij dat allemaal moeten doen. We leven al te midden van technologie en globalisering en wij moeten de gevolgen, die deze ontwikkeling op ieder van ons heeft, onder ogen zien. Het basisinkomen is het echte “Gevecht van de Eeuw” en arbeid moet niet alleen deelnemen aan de strijd, arbeid moet het voortouw nemen.

Om een echt universeel basisinkomen te realiseren, zodanig dat het na verloop van tijd uitgroeit tot iets dat meer is dan een basis, moet links de leiding nemen. Rechts lijkt, hoewel ook voorstander van het basisinkomen, meer geneigd om een vorm te zoeken die de belangen van het kapitaal boven de belangen van arbeid stelt. Om een progressief stelsel uit de strijd te slepen – een groeiend aandeel in de almaar toenemende nationale productiviteit – zal links die moeten winnen.

De strijd winnen voor een universeel basisinkomen, zal beginnen bij stap één en dat is je realiseren dat een basisinkomen iets is waar de arbeidersbeweging eigenlijk al heel lang voor gevochten heeft, zonder het zelfs maar te beseffen – dat ieder mens het recht heeft om de vruchten van zijn arbeid en van het leven zelf te plukken.

Wij hebben allemaal het recht op een betere onderhandelingspositie. Wij allen hebben het recht om ons nooit meer zorgen te hoeven maken over onze volgende maaltijd of over een dak boven ons hoofd. Wij allen hebben het recht om onze arbeid te laten vervangen door machines en te profiteren van deze vervanging. En dus hebben wij allemaal recht op een basisinkomen.

Dat is de boodschap van de Dag van het Basisinkomen en het is een boodschap voor alle werknemers, in het verleden en in het heden, die elke Dag van de Arbeid, de Internationale Dag van de Arbeid en de Eerste Mei vanaf vandaag verteld zal worden tot de dag dat we samen komen om te gedenken hoe we allemaal eens werden gedwongen voor anderen te werken om te kunnen overleven.

 

ScottSantensAuteur: Scott Santens;
oorspronkelijke publicatie: 4 mei 2015, zie http://www.basicincome.org/news/2015/05/opinion-basic-income-day-is-a-great-idea-and-especially-on-may-day/

Scott Santens heeft 8 artikelen geschreven [http://www.basicincome.org/news/author/scott-santens/]. Hij is schrijver en woont in New Orleans, Louisiana. Hij is ook moderator van /r/BasicIncome Community on Reddit [http://www.reddit.com/r/BasicIncome], en oprichter van The BIG Patreon Creator Pledge voor online crowdsourcing van basisinkomens [https://www.patreon.com/scottsantens].

Vertaling: © Florie Barnhoorn

Dit stuk is eerder gepubliceerd op http://basicincomeday.org/nederlands-1-mei-dag-van-het-basisinkomen/

Noten:

Bullshit Jobs in de Psychosociale Sector #1/10

Voor veel mensen is de onderklasse een vreemde wereld, onze politiekers praten wel veel over hen, maar nooit met hen.
Maar nu bestaat YouTube en onderklassers kunnen filmpjes maken over hoe het leven is, niet verbloemt door het handige werk van TV maatschappijen.

Bullshit Jobs in de Psychosociale Sector.

Waar het filmpje over gaat klinkt misschien nogal verwarrend, ja, als iemand toen had gevraagd aan die sociaal assistentes waar ze mee bezig waren, gingen ze geen duidelijk antwoord kunnen geven.
Verklarende woordenlijst voor Nederlanders en andere onwetenden:

  • Dop: in Vlaanderen noemen we iemand die dopt, een dopper is, iemand die werkloosheidsuitkeringen trekt en elke maand een meestal blauwe kaart in de brievenbus van de vakbond moet steken.
  • OCMW: Openbaar Centrum Maarschappelijk Welzijn
    In iedere Vlaamse stad is er een OCMW, veel bejaardentehuizen zijn van het OCMW, ook enkele sociale woningen en nog andere dingen.
    Er bestaan ook OCMW uitkeringen die door de steden worden betaalt.
  • Ook artikel 60: mensen die niet kunnen doppen, kunnen een tijd in de rusthuizen werken en dan kunnen ze weer doppen.
  • VDAB: Vlaamse Dienst ArbeidsBemiddeling
    Men doet daar goede beroepsopleidingen, maar een ander deel van de VDAB is een soort bezigheidstherapie voor sociaal assistenten en psychologen.

Transcript:

Als er mensen zijn die een beter alternatief dan onvoorwaardelijk basisinkomen kunnen vinden, dan mogen ze me dat gerust zeggen.

Ik heb gemerkt dat er heel wat bullshit jobs zijn in de psychosociale sector.

Uitkeringstrekkers hebben belangrijke functies in de bullshit job business.

Uitkeringstrekkers houden de bullshit job business in leven, willen of niet, ze worden ertoe onder dwang verplicht.

Een andere heel dubieuze functie is dat ze door hun nutteloosheid de nutteloosheid van de bullshit jobs in de psychosociale sector verbloemen.

Heel dubieus nietwaar?

Die mensen in de psychosociale sector willen zich nuttig voelen, door uit te leggen aan die uitkeringstrekkers, hoe nutteloos hun leven toch is.

Die mensen van de psychosociale sector houden, bewust of onbewust, de uitkeringstrekkers afhankelijk van de bullshit job business.

Het is nu eenmaal zo, we zijn dat systeem gewoon, maar soms loopt de bullshit echt de spuigaten uit.

In deze filmpjes ga ik eens zeggen wat ik 15 jaar geleden heb meegemaakt van bullshit in de psychosociale sector.

Heb zelfs een bullshit rechtszaak gehad en de bedoeling van die rechtszaak was om uit te leggen dat hun bullshit geen bullshit was.

Ja, de vraag is wat is bullshit en wat is geen bullshit?

Daar moeten we eens goed over nadenken.

—-

Ik kom uit het West-Vlaamse stadje Tielt, waar de meeste mensen best aangenaam zijn, maar zoals in Vlaamse steden, gelooft men daar ook nog in de 19de eeuwse arbeidsethiek.

Als je een betaalde job hebt is alles in orde, als het nu een bullshit job is of niet.

Maar het is toch wel dubbelzinnig.

Als je een bullshit jobje hebt, dat is aangeboden door de sociale diensten, dat men in de volksmond noemt: “eenjobjeomdedoppertjesvanstraattehouden”.

Dan is het toch niet echt in orde.

Ik neem het de mensen wel niet kwalijk dat ze dachten dat er heel wat kosten aan mij waren omdat ik moeilijk een normale bullshit job vond.

Want eerlijk gezegd, dacht ik ook soms dat er wat kosten aan mij waren.

Maar heb heel wat gekke toestanden meegemaakt, zodat ik niet kan ontkennen dat er heel wat kosten zijn aan het arbeidsbeleid.

Tot het volgende filmpje.

Bullshit Jobs deel 2

Transcript deel 2

Begin 21ste eeuw zag ik het enorm zitten.

Dankzij artikel 60 had ik een basisinkomen en kon ik en had ik de courage om avondlessen te volgen en ook eens te verhuizen.

Maar het was geen onvoorwaardelijk basisinkomen.

Mensen die vinden dat er voorwaarden moeten zijn, begrijpelijk, maar dan zou het wel duidelijk mogen zijn, welke voorwaarden.

Woonde enkele maanden in Gent, was bezig met het tweede jaar van mijn avondlessen horlogemaken en bedrijfsbeheer en ontving dan een brief van de VDAB Gent.

Dacht toen, misschien hebben ze een job voor mij, of misschien niet, eens gaan dus.

Moest een kletske doen met een knorrig madamke.

Toen dacht ik, ga ze maar haar praatje laten doen en dan saleutjes.

Ja, borderline times.

Dat was bezig met de indruk, “ik moet niet van je weten”, maar ze stuurde me wel constant briefjes, zodat ik moest afkomen.

In die VDAB briefjes is te lezen dat je moet komen, of je wordt zonder inkomen gezet.

Waar ik toen niet op lette, was de titel: “interview”.

Toen had ik geen TV, maar later toen ik TV had en Phara de Aguirre zag, dacht ik: dat VDAB madamke was ook zo graatmager en had ook hetzelfde kapsel.

Oké, pubers die kleding dragen zoals hun favoriete popster, mannen die het soort koffie drinken zoals hun favoriete filmster, vrouwen die met een auto rijden zoals hun favoriete sportster.

Maar hogere studies gedaan en het niet echt doorhebben dat een TV interview met een geslepen politieker iets anders is dan een kletske met een dopper in een VDAB kantoor…

Toen ze in een van die “interviews” vroeg wat ik al had gedaan van jobs, was ze plots enorm geïnteresseerd in die artikel 60.

Ze ging eens bellen naar die sociaal assistente van het OCMW Tielt.

Ze kon wel heel vlug telefoonnummers vinden, ik was al enorm verbaasd daardoor.

Toen ze had neergelegd, was die sociaal assistente van Tielt volgens haar nog een beetje kwaad omdat ik te traag werkte, maar toen zei ze nog iets te duidelijk dat ze niet eens wist dat ik in Gent woonde.

In een ander “interview”, zei ik dat ik avondlessen volgde.

Haar reactie was heel kleinerend als ik me ga blijven bezighouden met zulke dingen.

Toen ik heel duidelijk zei: “JA”.

Toen stopte ze plotseling met intimideren, ze was zelfs vriendelijk.

Als ze van het begin beleefd was geweest, had ze ook haar doel bereikt, maar haarzelf niet zo te kijk gezet.

Bullshit jobs deel 3

Tot het volgende filmpje.

Van Marx naar een basisinkomen – Linkse partijen moeten weer Marx gaan lezen

marxHet denken van Marx verschilt op een paar punten essentieel van het latere socialisme. Dit verschil biedt bij uitstek aanknopingspunten voor de discussie over het basisinkomen.

Waar de naam van Marx valt, moeten veel mensen meteen denken aan het communisme: het systeem van een overheid met ijzeren greep waarin het individu vermorzeld wordt. Er is in Nederland dan ook geen enkele partij van belang waarvan het kader zich graag met Marx associeert.

Behalve één: de SP. Binnen deze partij wordt Marx nog vaak geciteerd[1], en veel analyses van de partij baseren zich op klassiek-socialistische uitgangspunten zoals de klassenstrijd. Deze uitgangspunten worden ook gebruikt bij het recente verzet van de SP tegen het idee van een basisinkomen. Lees verder